Pagina's

vrijdag 22 mei 2020

De Marokkaanse eettafel

Net als de tafel van King Arthur is ook de typisch Marokkaanse eettafel rond. Alleen een stuk kleiner en de mensen zitten dicht op elkaar. Van oud tot jong, man en vrouw. In het midden een groot bord met stoofvlees of kip of couscous of witte bonen, maakt niet uit, maar meestal een bord waar gezamenlijk uit gegeten wordt. Daaromheen bordjes met friet, gekookte eieren, gegrilde groente, glazen water, frisdrank en gesneden stukken van Marokkaans rondbrood. Het is er druk en chaotisch, het hele gezin aan tafel, met z’n zevenen thuis is het duwen om een goed plekje te bemachtigen. De seddarias (traditioneel Marokkaanse banken) eromheen zijn vaak niet voldoende om iedereen een zitplek te geven, dus krukjes of klapstoeltjes verder rond de tafel, en bij gebrek daaraan zat je op je knieën. Meestal de jongeren. In tegenstelling tot de ronde tafel van King Arthur is hier geen sprake van gelijkheid, de hiërarchie is duidelijk: de ouderen hebben voorrang op alles, op een goeie plek, op de lekkerste stukjes vlees. Vraatzucht of hebberigheid wordt niet gewaardeerd, een ferme blik van vader was voldoende om je te gedragen, en werkte dat niet dan een klap. Eten doe je aan jouw kant van het bord, met je rechterhand en bij voorkeur niet meer dan drie vingers. Voertaal is Marokkaans. Beginnen te eten zonder ‘bismillah’ te zeggen is een schande. Met je hand naar de andere kant van het bord is een doodzonde. De groente voor je die je als jongere vaak niet waardeert schuif je door naar je buurman zodat jij makkelijker bij de jus komt. Soms word je benadeeld, dan pakt je broer net dat stukje vlees wat aan jouw kant ligt en niemand die het doorheeft behalve jij en hij. Maar als het niet gezien wordt door de ouders dan heeft het niet plaatsgevonden. Dus weg stuk vlees, onder de tafel geef je hem een schop in de hoop een elleboog terug te krijgen die gezien wordt door je vader. Dan krijgt hij zijn straf. Als je aan de kant van de deur zit ben je de pineut, want dan moet je steeds naar de keuken om te halen wat nog nodig is; een extra lepel, extra water, een handdoek, een stok zodat vader zijn handen niet eerst hoeft schoon te maken om je een tik te geven. Je kan wel 5x gestuurd worden naar de keuken. Iedereen eet door, maar moeder waakt over je portie dus je hoeft niet bang te zijn tekort gedaan te worden. Als je broer of zus smakt zeg je er wat van, maar niet teveel, want bij teveel zeuren gaan ze harder smakken. Als je vader smakt houd je je mond. Als je klaar bent sta je op en ga je naar de keuken om je handen te wassen. Je zus ruimt af, je moeder veegt overgebleven etensresten en broodkruimels vakkundig tot een hoop, je broer maakt het af door het in een bord te vegen. Dan komt de fruit aan tafel. In een schaal of bord en met aardappelmesjes erin. Je vader schilt een sinaasappel, je moeder schilt een appel voor zichzelf maar geeft het aan de kinderen. De tweede appel ook. De derde appel ook. En zo schilt je moeder zoveel fruit voor zichzelf zonder het ooit te eten...

Aan de Marokkaanse eettafel ben ik opgegroeid. Ik heb er mijn plekje leren kennen en vasthouden, de natuurlijke hiërarchie gezien, het respect voor de oudere, ik heb leren delen ook al was er niet veel te delen, leren accepteren als je benadeeld werd. We groeiden op in een andere samenleving, een andere wereld. Wij, kinderen van de eerste generatie Marokkanen, waren anders, en dat vonden mensen nog bijzonder. Er was interesse in je afkomst, je cultuur en je geloof, en zonder cynisme werd er met je gepraat en geaccepteerd. 

We zijn van ver gekomen, enorme achterstanden moeten inhalen, we hebben zelf moeten leren, zonder hulp ons huiswerk moeten maken, we waren als kind al een tolk, een docent en een advocaat voor onze ouders. We hebben tegen zoveel moeten opboksen, we waren gevangen tussen de vrije westerse cultuur en de wat strengere Marokkaanse cultuur. En niet iedereen kon daarmee omgaan helaas. Vaak ging het mis. Veel bagger ook over ons heen gehad. We zijn passievolle mensen, we blinken uit in extremen. De grootste crimineel is een Marokkaan, maar de populairste burgemeester ook. En de beste voetballer ook, of de nationale knuffelbeer, of een van de leukste cabaretiers. In mijn omgeving zie ik artsen, advocaten, piloten. Ik zie ondernemers, vrijwilligers, makelaars, docenten. Allemaal zaten ze aan diezelfde ronde Marokkaanse eettafel. We hebben het best oké gedaan. 

Onze kinderen groeien op in een heel andere wereld. Waar wij achterstanden hadden in taal, in kennis, zullen onze kinderen moeten opboksen tegen vooroordelen en gebrek aan begrip. Waar wij opgroeiden in een vreemde cultuur, zullen onze kinderen vreemden zijn in de eigen cultuur. Maar ook uit onze kinderen zullen nieuwe helden ontstaan. Ook uit onze kinderen zullen Nederlanders opstaan die wat betekenen voor de maatschappij, voor Nederland, voor de wereld zelfs. Meer dan ooit geloof ik dat. 

Tegenwoordig zijn de Marokkaanse gezinnen wat kleiner, en worden de traditioneel Marokkaanse maaltijden steeds vaker geruild voor Thaise of Italiaanse maaltijden. De tafel is niet meer rond, de seddarias ingeruild voor Hollandse banken van Italiaanse of Turkse makelarij. En dat is niet erg, dingen kunnen best veranderen zonder dat je je afkomst verloochend. 

Heel af en toe herken ik die oude sfeer terug: als ons oude gezinnetje weer een keer samenkomt. Mijn oude vader is er niet meer bij, daar in de plaats een vol nageslacht; vier generaties aan meerdere tafels. En dan net zo gezellig en net zo druk, net zo vervelend maar met dezelfde hiërarchie. De voertaal is nu Nederlands. De jochies van toen die elkaar schopten onder de tafel, zijn nu degene die de discipline moeten bewaren. En toegegeven, onze taak is iets ingewikkelder omdat wij geen stok gebruiken. Maar wij zijn onze vaders, onze kinderen zijn wij. Ze weten niet dat de trucjes die ze proberen uit te halen door ons uitgevonden zijn. Door onze kinderen een stapje voor te zijn, zullen ze straks excelleren op manieren die voor ons onbereikbaar waren. Daar aan de Marokkaanse eettafel, daar eten de Ridders van morgen.

vrijdag 30 november 2018

De weg naar boven


Heel lang geleden. Ik was een jaar of 6 en we gingen met z'n allen naar Marokko. Het was de eerste keer dat mijn vader ons zijn land liet zien. Ik kan me er flarden van herinneren. Wat ik nooit vergeet was hoe lang de reis duurde. Al gingen we met het vliegtuig, geland in Marokko begon de echte reis. Ons dorp lag ver van wegen waar auto's ook maar in de buurt konden komen. Na een Taxirit van ruim 6 uur vanaf het vliegveld naar onze streek, begon de reis te voet. Met koffers. Met jonge kinderen. En het pad ging naar boven. Alsmaar naar boven. Als we moe waren, stopten we, als we honger hadden, aten we. En zo gingen we door tot de avond viel en de weg voor onze voeten bijna niet meer zichtbaar was, tot we aankwamen bij het ouderlijk huis.

Vandaag de dag is de reis een stuk makkelijker geworden. Je kan met de auto helemaal naar het huis hoog in de bergen. Het moet wel een verhoogde auto zijn, een jeep bijvoorbeeld. Ik heb me altijd voorgenomen om die reis die we ooit te voet hebben gedaan met mijn vader te herhalen. Alleen heb ik mijn gezin bij me en kan ze dat niet aandoen. Dus we doen het op de moderne manier, met een huurauto naar de kustplaats en met een jeep de bergen in. De route vanaf Tetouan is langs de zee. Het uitzicht is adembenemend. Mijn moeder zit naast me en herinneringen komen boven.

‘Hier liepen ze langs’, zegt mijn moeder. Ze vertelt me het verhaal van mijn opa die langs deze weg liep richting de stad Tetouan om werk te vinden. Hij nam mijn vader mee, die nog een kind was.

‘De weg was heel smal, er was nog geen asfalt zoals nu, en het was bloedheet', vertelt ze. ‘Auto's waren er ook niet, de reis ging te voet. Je vader was misschien een jaar of twaalf en je opa was al in de 50, en naar de stad Tetouan lopen duurde een week'.

Mijn moeder vertelt over ons dorp, hoe zwaar het leven daar was. ‘Er was een wereldoorlog bezig, en mensen kwamen om door honger. In het dorp blijven zou betekenen verhongeren. Dus je opa ging op zoek naar werk om voedsel te kunnen kopen want regen was al maanden niet gevallen’

Mijn opa was naast boer ook timmerman, hij bouwde ons huis, hij bouwde vele huizen. Een handige en hardwerkende man als mijn opa moet wel werk kunnen vinden, en misschien dat mijn vader ook werk kan vinden, het moest. Alleen zou mijn vader Tetouan niet halen.

‘Je vader was nog jong, hij kon het niet aan, na 3 dagen lopen en nog niet eens op de helft besloot je opa hem weer naar huis te sturen.Dat arme kind kon het niet meer belopen. Je opa kwam wat mensen tegen die de andere kant op liepen en vroeg ze je vader mee te nemen naar huis'.

Mijn opa was ook op, maar kon het niet maken om terug te keren met niks, dus ondanks de hitte, ondanks de honger en dorst bleef hij doorlopen naar Tetouan. 'Na 7 slopende dagen kwam je opa aan in Tetouan, door te bedelen heeft hij wat voedsel kunnen krijgen, maar veel was het niet. Hij heeft 3 dagen lang rondgelopen door Tetouan en gezocht naar werk, hij sliep op straat, at wat mensen hem gaven, maar nergens was er werk'.

‘Je opa werd steeds zwakker. De lange reis had hem gesloopt, maar het niet vinden van werk brak hem helemaal. Hij besloot weer terug te gaan naar zijn gezin, en te hopen op regen. Hij richtte zich tot Allah en smeekte om regen. Meer zat er niet in. Alleen dan is er kans om te overleven in ons dorp’

‘Je opa liep terug, en hoe lang hij erover deed zullen we nooit weten. Vlak voor ons dorp, op zo'n 10 km van ons huis ging je opa uitgeput zitten om even te rusten voor hij die laatste wandeltocht naar boven zou maken. Je opa viel in slaap, en is nooit meer wakker geworden'. 

Ik had het verhaal al eerder gehoord, maar nu we op deze weg rijden, en we met eigen ogen zien hoe zwaar het moet zijn geweest, komt het hard binnen. Het verhaal is doorverteld door mensen die mijn opa op pad tegenkwamen, hij vertelde ze over zijn zoektocht naar werk. Het lichaam van mijn opa - Allah ie rahmoe - werd gevonden en gebracht naar zijn huis, het huis dat hij met zijn eigen handen had gebouwd. Het huis dat 90 jaar later nog steeds staat. En werd begraven op ons landgoed. Paar dagen later heeft het voor het eerst in maanden geregend. 

Mijn vader sprak altijd vol respect over zijn vader. Over hoe hij altijd anderen hielp, over hoe zijn woord alles was. Over hoe hij een groot man was. Een eervolle man. Hij was een voorbeeld voor vele anderen. Abderrahman was zijn naam. Mijn vader heeft mij naar zijn vader vernoemd.  

woensdag 11 april 2018

Fietsexamen oefenen in Siberie

"Denkend aan Holland, zie ik breede rivieren, traag door oneindig laagland gaan.."

Mooi gedicht van Hendrik Marsman, alleen in zijn herinnering aan Holland zegt hij niks over de kou, niks! Maar in Nederland kan het behoorlijk koud worden. Ik neem jullie even mee terug naar afgelopen zondag. De zon schijnt, maar het is koud. Echt koud. We fietsen richting Osdorp. Mijn dochtertje voor me fietsend, en ik achter haar die aanwijzingen roept. ‘zo meteen links, liefje, en dan goed achter je kijken of er iets aankomt’. Ze heeft maandag een fietsexamen en we zijn de route aan het oefenen. Ze zit in groep 7, en het is officieel nog winter, maar de school leek het een goed plan om nu al het fietsexamen te doen. En niet in de buurt, nee, gewoon in een ander stadsdeel. Tijdens die rit die ruim 2 uur duurde heb ik heel vaak de school vervloekt. Want het was koud. En windkracht 6.

Windkracht 6 is bij lekker weer al niet fijn, bij min 3 is het heel erg niet fijn. Ik had een dikke sjaal om, handschoenen en een winterjas aan. De route had ik op papier in mijn hand. We hebben 3 weken geleden de route doorgekregen en de vraag of we alvast wilde oefenen. Waarom ik het nu pas doe is hoe langer ik op de fiets tegen de ijzige wind vecht, hoe onbegrijpelijker. Ik had het vorig weekend moeten doen toen het regende. Nat worden is beter dan bevriezen. Ik heb zo’n spijt. Mijn oren doen pijn, de pijn straalt door naar mijn hoofd, ik stop en besluit mijn capuchon op te doen. Ik heb al 25 jaar jassen met capuchons gehad, ik heb nog nooit mijn capuchon opgedaan. Tot nu. Ik zie eruit als een dork, maar het gevoel in mijn oren komt langzaam terug.

Na veel zoeken en stoppen om te kijken op de kaart komen we aan bij het beginpunt. Nu begint het echt. We fietsen, zij voorop en ik roep de aanwijzingen. Was het eerder nog ‘zo meteen naar links, liefje’, nu is het wat korter, wat bondiger: ‘LINKS!’. Wat niet bewust is, maar meer een kwestie van moeite mijn lippen te openen. We steken de grote weg over bij Tussenmeer, gaan linksaf, rechtdoor en dan rechtsaf. Het gaat lekker. Af en toe valt de wind weg en geeft de zon op je gezicht een aangenaam gevoel, je gaat verdomme nog denken dit is best lekker zo op de fiets.

Even verder slaan we een hoek om, we fietsen een klein zijweggetje voorbij aan ons linkerzij waar de straat open ligt. Uit die straat slaat de wind ineens keihard terug en blaast ons bijna omver. Wind met zand van de open straat. En overal zand. Overal! In mijn ogen, in mijn neus. Het is dat ik mijn bevroren lippen op elkaar hield anders had ik ook zand in mijn mond. We fietsen snel door, we moeten bij de volgende naar links. Maar er is geen links. Er is gewoon geen links. Ik stop, ik kijk nogmaals op de kaart, en er staat echt dat we hier naar links moeten. Links ligt een gracht. Moeten we de gracht in, hoerenkaart?

Als het koud is, en je lichaam gaat in hyperthermie oftewel onderkoeling, dan kan je ook niet helder denken natuurlijk. Je hartslag gaat omlaag, je bloedcirculatie is lager, je ademhaling wordt minder, je hersenactiviteiten nemen af. Je lichaam komt in een modus terecht waarin het langer kan overleven. Mooi he, hoe ons lichaam werkt? Mijn lichaam werkt anders. Dit soort dingen met de kaart doen mijn bloed koken en circuleert mijn bloed sneller dan de deeltjes in de deeltjesversneller van CERN. Ik word alerter, agressiever, en een wilskracht die me het geloof geeft dat ik over die hele fucking gracht heen kan springen. Kom maar op met je gracht, ik eet grachten for breakfast.

En als ik een hoogtepunt bereik in mijn paranoia zie ik een vrouw en haar kind voorbij fietsen met in haar handen ook zo’n kaart. ‘Heeey’, zegt ze, ‘jullie ook aan het oefenen?’ En ze fiets zo door. Wacht, wou ik zeggen. Waaacht! Maar ze is al weg. Als een geest kwam ze tevoorschijn en als een geest was ze weer verdwenen. Ik zag haar nog net die ene straat in gaan.. je weet wel, die zijweg waar de wind van de noordpool zich herbergt, waar alle zand uit de Sahara ligt. Die zijweg. Daar moest ik dus linksaf. Ik dacht dat die kloteweg doodlopend was, man! Maar ja, kon het ook niet zo goed zien hè, met al dat cholera zand in mijn ogen, verdomme. We fietsen terug en gaan die zijweg in en vol die wind in, het is dan wel geen doodlopende weg, je gaat wel dood als je hier te lang loopt, denk ik. Ik zag serieus 3 lijken liggen. Serieus. En 5 pinguïns. Oke, blijkbaar gaat mijn lichaam weer in hyperthermie, want dit kan natuurlijk niet kloppen. We fietsen door, gaan verderop het fietspad op en de rest van de route gaat vlekkeloos. En omdat het zo lekker ging besloten we om nóg een rondje te doen. Mijn kind moet dit morgen alleen doen, ik moet zeker zijn dat ze dit alleen kán. Dat is mijn taak als vader, mijn kind voorbereiden op de storm die komen gaat, klaarstomen om onbegane wegen te betreden. En zoals het ook in het echte leven gaat, als vader heb je de wijsheid niet in pacht, en al onderwijzend leer je zelf het meest.

Als we het tweede rondje gedaan hebben heb ik er vertrouwen in dat ze er klaar voor is. Nu is het tijd om terug naar huis te fietsen. We waren allebei uitgeput, maar we moeten nog een paar kilometer. De zon is inmiddels langzaam in grijze veelkleurige dampen gesmoord, de koude wind heeft weinig aan kracht ingeboet. Onderweg zegt mijn dochter dat ze moe is, dat ze het niet meer kan, of ik haar een zet kan geven, en ik geef haar een zet en moedig haar aan. Daarna nog een. Twee zetten werden er vier en voor ik het wist duwde ik haar non-stop tot we thuis voor de deur stopten. Fysiek uitgeput. Geestelijk uitgeput. Lichaam in hypothermie. Mijn voeten een ijsblok. Mijn tranen bevroren. Mijn lippen gescheurd. Mijn mannen elementen genderneutraal.

En terwijl ik met mijn gevoelloze handen de sleutels uit mijn zak probeer te pakken hoor ik mijn telefoon overgaan. Het is mijn vrouw. Zij was even een theetje gaan drinken bij haar nicht. Ik wil niet opnemen, want fysiek was dat bijna onmogelijk, maar ik doe het toch, mijn vrouw wil natuurlijk ook weten hoe het is gegaan, of we het hebben overleefd, of we hebben moeten afzien. Met de meest mogelijke moeite zeg ik zachtjes en trillend "hallo?". En dan zegt zij de legendarische woorden; ‘Haal jij brood voor morgen of moet ik gaan?’.... Ze heeft 3 uur thee zitten drinken in een warm huis, ze zit nu in een warme auto op weg naar huis en vraagt míj of ík brood wil halen… Mijn bloed begint sneller te circuleren, mijn ademhaling loopt op, mijn temperatuur stijgt, mijn agressie ontwaakt. Ik haal diep adem en schreeuw het uit.

En in alle gewesten, werd de stem van mijn woede, met zijn eeuwige rampen, gevreesd en gehoord.

donderdag 16 maart 2017

'Hebben we gewonnen, papa?'

We lopen naar de bibliotheek bij ons in de buurt. Mijn dochtertje van 10 loopt naast me. Met mijn ene hand heb ik haar handje vast, met de andere hou ik twee stembiljetten vast. We praten wat. Ze is enthousiast dat ze mee gaat. “Waar gaan we op stemmen, papa?”, vraagt ze terwijl ze een beetje stuitert. Tja denk ik.. waar ga ik op stemmen? Ik ben onderweg naar het stembureau en ik twijfel nog steeds. “Nou, liefje, ik twijfel een beetje, ik denk GroenLinks, of misschien toch D66”. We steken over en we zien dat meer mensen richting de bibliotheek lopen om te stemmen. Huppelend naast me en vol enthousiasme blijft ze vragen stellen: “krijgen we een nieuwe president, papa?” Ik leg haar uit dat we niet direct een nieuwe president kiezen, maar dat we een partij kiezen, en de partij die wint mag een minister-president leveren. “Wat wil Dee.. Dee.. uh..hoe heten ze?”.D66?, vraag ik. “Ja D66, wat willen die?“. Ik leg haar uit waar D66 een beetje voor staat, dat ze een sterk Europa willen, dat ze voor een beter onderwijssysteem zijn.. “Ja, papa”, onderbreekt ze me, “daar gaat onze juffrouw misschien op stemmen!” Ik zeg oh ja? “Ja papa, ze twijfelt wel want ze wil misschien ook nog op Partij voor de Dieren stemmen”, ik zeg ja dat begrijp ik. “Ik niet papa”. Verbaasd kijk ik haar aan, “waarom niet?” Trots zegt ze “Ik ben een vleeseter papa, ik zou nooit op ze stemmen want ik kan niet zonder vlees”. Ik moet er om lachen. “Maar vind je het niet zielig voor die dieren?”. “NEEJ!” en dat zegt ze ook met de meest krachtige overtuiging. “Maar om vlees te eten moeten dieren wel dood, vind je dat niet zielig?”, probeer ik een beetje op haar gevoel in te spelen. “Nou en? Dat is de natuur papa”. Lachend lopen we verder, al ben ik ook wel een beetje verbijsterd over haar gevoelloosheid.

“En die andere partij, papa?” Ik durf het bijna niet meer te zeggen, maar vertel haar over Jesse Klaver, over het klimaat en dat GroenLinks voor een beter milieu is en dat ze meer geld voor arme mensen willen. En gelukkig zie ik dat ze hier wel mee eens is en instemmend reageert… tot ik zeg dat GroenLinks ook minder auto’s wilt. “Oh nee, papa, nee, ik wil wel een auto en kunnen rijden als ik 18 ben!”.

En terwijl we verder praten en lachen komen we aan in de bibliotheek. We gaan in de rij staan. Als we aan de beurt zijn vertelt de voorzitter van het stembureau dat mijn dochtertje niet mee het stemhokje in mag. Dat vond ik wel jammer, maar als dat de regel is dan is dat zo. Mijn dochtertje bleef staan terwijl ik het stemhokje in ging, en ja…dan moet ik echt stemmen. Ik heb twee stembiljetten want heb de volmacht van mijn vrouw. Zij had net als ik precies dezelfde twijfels dus zei ze stem maar wat jij het beste vindt. Ik pak het eerste formulier en kleur het witte rondje rood dat voor de naam van Jesse Klaver staat. Zonder na te denken pak ik het tweede formulier en mijn hand gaat naar hetzelfde rondje, maar toen ineens, ik weet niet waarom, maar de kop van Geert Wilders verscheen in mijn gedachte. Zijn woorden van de dag ervoor tijdens het debat. De haat, de rabiate haat waarmee hij praatte over de islam, de angst die hij verspreidde, de schaamteloze leugens die hij ongestoord kon ventileren, de harteloosheid over vluchtelingen, de schuim uit zijn bek toen hij Asscher uitkafferde met “NEE, Nederland is NIET van ons allemaal, Nederland, meneer Asscher, NEDERLAND is van de NEDERLANDERS!!” Heb me zelden zo ongemakkelijk en eenzaam voor de TV gevoeld als tijdens zijn haatspeech. Het deed gewoon pijn. En toen bedacht ik me dat er maar 1 man is waarop ik kan stemmen. 1 man die het altijd voor ons moslims heeft opgenomen. 1 man die hem van repliek diende, zowel in de kamer, als op tv, als tijdens debatten. 1 man die zich niet liet leiden door angst of populisme of peilingen. 1 man die mijn stem vertegenwoordigde ook al had ik nooit eerder op hem gestemd. 1 man. En deze man was Alexander Pechtold. Uit loyaliteit naar hem, als dank naar hem, heb ik het rondje voor zijn naam rood gekleurd, ook al ben ik het lang niet altijd eens mijn zijn partijpunten. Maar het moest.

Onderweg naar huis vertel ik mijn dochtertje dat ik op beide partijen heb gestemd. “Wanneer weten we wie gewonnen heeft, papa?”. Ik vertel haar dat de stemmen geteld moeten worden en dat we het morgen zeker weten. Die avond komen de eerste berichten binnen. VVD de grootste, en ver achter zich staat de PVV, die veel minder zetels heeft gehaald dan vooraf gedacht werd. Ik ben opgelucht. Heel erg opgelucht. VVD is niet mijn partij, maar alles beter dan die Nazi's denk ik en ga naar bed.

De volgende morgen staan we op. Mijn dochtertje is nog in haar slaapkamer bezig met haren kammen als ik richting de douche loop. “Hebben we gewonnen, papa?” vraagt ze nog voor ze goeiemorgen zegt. Ik kijk haar lachend aan en geef haar een kus. “Goeiemorgen liefje”, “Goeiemorgen papa”. “Ja, liefje, we hebben gewonnen. Nederland heeft gewonnen”. “Oke papa”, en ze gaat verder met haar haren kammen.

dinsdag 24 januari 2017

New York, part 5: The World's Largest Store

"You know what the funniest thing about Europe is? It's the little differences. I mean, they got the same shit over there that we got here, but it's just...it's just, there it's a little different." - Vincent Vega (Pulp Fiction, 1994)

De straten zijn allemaal recht en genummerd, en als je tot 150 kan tellen zal je nooit verdwalen. Stel je gaat met de metro en stapt ergens willekeurig uit, dan weet je meteen waar je bent. De straten zijn op volgorde genummerd, en je hebt sowieso de bekende hoge gebouwen als referentiekader. 7th and 33rd? Dat kan ik zo blind aanwijzen op een kaart. Terwijl ik soms in mijn eigen stad Amsterdam, als ik bij iemand in de auto zit en even niet oplet, dat ik dan om me heen kijk en denk waar in jezusnaam zijn we?

Weet je waar je wel verdwaalt in New York? In winkelcentrums.. Of niet eens winkelcentrums, gewoon een winkel. Ik was een dagje alleen op pad en ging even Macy's in want moest nodig een plasje doen, dus zoekend naar de wc heb ik niet opgelet hoe ik binnen was gekomen. En voor degene die Macy's niet kennen, dat is een soort Bijenkorf, alleen 37x groter. Geen grap. De Macy's op 34th Street heeft iets van 12 verdiepingen. En de verdiepingen zijn gi-gan-tisch! Van gekkigheid wisten ze niet meer wat ze moesten verkopen zoveel ruimte hebben ze. Er was gewoon een hele afdeling met alleen bloemcorsages (!). Kan je dat voorstellen? Een ruimte even groot als Canada met alleen bloemcorsages. En die gekke Japanse toeristen maar fotograferen.. Lopend door de winkel viel me zoveel op, vooral dat alles zo groot is. Sowieso is alles gigantisch in New York. Ik heb in een lift gestaan van de One Trade Center, daar passen meer mensen in dan in een tram in Amsterdam. In een bioscoop in Jersey City heb je gewoon ligstoelen. En dan niet alleen voor de achterste rij of speciale stoelen waar je meer voor moet betalen, nee de hele zaal! In Nederland moet je op je tenen lopen en je buik inhouden als je langs de mensen naar je stoel loopt, hier kan je met een radslag naar je stoel zonder dat je iemand raakt. Een zak chips? Dat is een zak zo groot als een vuilniszak. Alles is gigantisch, I tell you.
 
Maar goed, terug naar Macy's, oftewel 'The Worlds Lagest Store' volgens Guinness Book of Records, waar ik mijn plasje had gedaan en even ging rondlopen. Vele mooie dingen gezien, dure merken, mooie acties, troep, van alles eigenlijk. Maar al snel begon ik me te vervelen, wat kan ik zeggen, ik ben niet zo'n shopper.

En ja, toen begon de zoektocht naar buiten...

Kijk, ik kan best borden lezen. Ik weet bijvoorbeeld wat pijltje naar links betekent of pijltje naar rechts, en het woordje exit weet ik ook wel de betekenis van. Maar ik heb ongeveer een kwartier het bordje exit gevolgd en was nog niet buiten. Ik heb het zelfs even gevraagd aan een beveiliger, wat eigenlijk tegen mijn principes in is, maar toch gedaan omdat ik inmiddels zo ver was gelopen dat ik in een andere tijdzone zat. De beveiliger legde me precies uit hoe ik buiten kon komen, het was een wat oudere vriendelijke Afro-Amerikaanse man die ook even een praatje maakte. Op een bijna vaderlijke toon zei hij "Je bent niet de eerste hoor die me vraagt naar de uitgang, gewoon daar aan het einde bij dat restaurantje ga je naar rechts, dan naar beneden lopen, dan weer links en zie je zo de uitgang 'right in front of you'". Ik dank de man vriendelijk, terwijl ik weg wil lopen herhaalt hij de route en vraagt of ik het snap, "Yes, got it" zeg ik en bedank hem nog een keer. Vol goede moed richting het restaurantje, doe precies wat hij zei, het gaat goed, zie steeds meer daglicht, mensen om me heen praten ook weer Engels, ik denk oke hier links en dan als het goed is dan moet ik de uitgang zien, alleen het is niet goed want ik zie geen uitgang, wat ik wel zie is DIEZELFDE BEVEILIGER DIE ME DE ROUTE HAD GEGEVEN. Ik had verdomme gewoon een rondje gelopen. Dus ik snel omdraaien voordat hij me ziet, schaamde me kapot.

Ik ga niet liegen, ik heb een beetje gehuild... Heel even ging er een gedachte door mijn hoofd dat ik hier  misschien wel de rest van mijn leven zal moeten blijven. Een beetje zoals hoe Tom Hanks op een vliegveld vastzat in de film The Terminal. En ik zou best lang kunnen overleven, bedacht ik me. Ze hebben alles hier, eten, kleren, bedden, wc's, bloemcorsages.. En dat er over 15 jaar een film over mij gemaakt wordt genaamd 'The Store', met als ondertitel 'hoe een Marokkaan overleefde in een winkel door het eten van bloemcorsages'. Het kan. Het kan!

En ik had best oplossingen hoor, genoeg oplossingen. Alleen misschien niet al te praktische. Ik dacht bijvoorbeeld wat nou als ik fake dat ik onwel word? Dan zouden ze me denk ik wel naar buiten dragen. Waarschijnlijk zouden ze me dan voor de deur gooien en zeggen 'ga hier maar dood, niet in onze winkel', maar daar had ik op dat moment geen moeite mee.. Of wat ik ook had kunnen doen was 911 bellen en zeggen "I am lost in Macys! Help me! Please?" ik zal vast niet de eerste zijn geweest. Of wat ik ook had kunnen doen was heel hard Allahu Akbar roepen en dan mensen volgen die in paniek de winkel uitrennen.. Het kan. Het kan! Heel even dacht ik dat het kan. Maar toen bedacht ik dat ik geen zin heb om de komende jaren een oranje overall te moeten dragen in Guantanomo, want ja, je weet wel, oranje is niet echt mijn kleur. En tot slot dacht ik er nog aan om bij een kassa te wachten tot een dikke Amerikaan afgerekend had en hem dan volgen. Because fat people are like water, they always find the shortest route.

Tja toch maar niet gedaan allemaal. Te trots. Te koppig. Te Abbie. Ik zou mezelf niet in de spiegel kunnen aankijken als ik niet zelf de weg terug had gevonden. En uiteindelijk heb ik ook de weg naar buiten gevonden omdat haha, omdat omdat..tja, hoe zal ik het zeggen, ik zat dus op de eerste verdieping.. super gênant, want eerste verdiepingen hebben normaal gesproken geen uitgang. Als ik goed geluisterd had naar de beveiliger dan had ik een trapje naar beneden genomen en zag ik zo de uitgang, maar nee... ter verdediging van mezelf, dat restaurantje lag iets lager waardoor je een kleine afdaling maakt via een helling, ik dacht dat hij dat bedoelde, dus zag die hele trap niet die zo'n 10 meter verder lag.. Ach ja, het was me wel weer een beleving.. En alles heeft z'n voordeel. Zo heb ik door mijn zoektocht toch veel kunnen zien. Bijvoorbeeld prachtige bloemcorsages! Had ik nooit willen missen. Ik heb kleding zien liggen in maat xxxxxxl, dat bestaat echt he! Dat is bijvoorbeeld een T-shirt even groot als een boxspring. Ik heb echte Indianen gezien, met veren en wapens en indianengeluiden, ik heb Tasmaanse tijgers gezien, ik heb over de Chinese muur gelopen, gezwommen in de Bahama's, en zelfs Mount Everest even beklommen.. Het was de hele verdwaling in The World's Largest Store meer dan waard.

"You know what I like about America? It's the little differences. I mean, they got the same shit over there that we got here, but it's just fucking bigger!" - Ab Cetera (The Store, 2032)

vrijdag 13 januari 2017

New York, part 4: Statue of Liberty bitch















"Are you talkin' to me? You talkin' to me? Whell I'm the only one here. Who the fuck do you think you're talking to?"

 Robert de Niro, Taxi Driver

Volgens mijn broertje zijn Amerikanen de aardigste mensen die hij in de taxi krijgt. Ze zijn vriendelijk, beleefd, respectvol en geven altijd wel een fooitje. Verschillende voorbeelden meegemaakt in Amerika. Maar je hebt natuurlijk ook hufters. Laten we wel zijn, je hebt overal hufters, er zijn zelfs hufterige nonnen. Dus ik was niet verbaasd dat we hufterige Amerikanen tegenkwamen.. Alleen wel steeds op onverwachte momenten.

Zo liepen we de eerste dag door Jersey City opzoek naar een ontbijttent. We komen een tijdje helemaal niemand tegen, echt uitgestorven de buurt waar we waren. We lopen een bepaalde richting uit, en dan komt er eindelijk iemand onze kant op. Een zakelijk geklede, best vriendelijk uitziende man van ergens in de 40. Terwijl de man langs ons loopt vraagt mijn broertje 'Can I ask you a question?', de man maakt even aanstalten om te stoppen, draait zich om naar ons en in een fractie van een seconde zie je hem verbaasd denken 'are you talking to me?" kijkt ons in de ogen aan en zegt dan heel overtuigend, vanuit het diepste van zijn hart: 'no!', en loopt daarna door. Gewoon heel normaal alsof hij een straatverkoper afwimpelt. We zijn verdomme net een dag in Amerika, redden ons tot nu toe makkelijk, eventjes zijn we het overzicht kwijt en denken laten we wat dure internetdata besparen en het gewoon vragen aan de eerste de beste man die we tegenkomen, en dan krijgen we een welgemeende, zeer krachtig gearticuleerde, met de lippen strak getuite NO voor de kiezen. Well fuck you too, meneer de vriendelijke Amerikaan. Zou ik zelf nooit kunnen!

Een paar dagen later gingen we naar de Statue of Liberty. De tour met de boot hadden we al gedaan, maar echt het eilandje op en het Vrijheidsbeeld in nog niet. We staan in de rij om kaartjes te kopen, als we even later aan de beurt zijn vraag ik hoeveel de kaartjes kosten om rechtstreeks naar het Vrijheidsbeeld te gaan. Zegt ze zonder me aan te kijken 'They're sold out. Only tickets for the full tour are available,'.. nou lekker is dat denk ik, dus ik vraag 'when can I buy tickets?', nog steeds zonder naar me te kijken zegt ze 'The're sold out!', ik zeg 'yeah, but when are they available again?' Kijkt ze me aan met haar grote ogen en zegt met verheffende stem 'The tickets are SOLD OUT'...

Ik denk waaaaat? Ik was al knap chagrijnig die ochtend, dus dit kon er ook wel bij. Het eerste wat er in me opkwam was 'Listen, you bitch..', maar dat zei ik natuurlijk niet. Ik mag wel chagrijnig zijn, maar blijf altijd beschaafd. Dus ik zeg, met natuurlijk net zo'n verheffende stem "I KNOW they are sold out, you just told me that 15 times, I'm asking you when are they available again? Can I buy them later today or maybe tomorrow or next wednesday or are they sold out FOREVER??"

Het was een Afro-amerikaanse vrouw, ze kijkt me verbaasd aan met die grote ogen van haar en zegt: "Well okeeeeeeey relaaaxx alright! New tickets will be available again tomorrow morning at 7 am, but you have to come real early because we only give out 100 tickets a day"...

Was dat nou zo moeilijk dacht ik bij mezelf. Was dat zo moeilijk?

100 tickets per dag.. en om 7 uur in de ochtend... ik moest bijna huilen. Ik sta er te denken wat te doen, want heb de rondvaart eerder al gedaan, en overleggen met mijn broertje en neefje wat te doen terwijl zij ongeduldig wacht. Ik zeg tegen mijn broertje dat ik niet ga betalen voor iets wat we voor 90 procent al gedaan hebben. Ik draai me om naar haar, ze kijkt me weer met die grote ogen aan en vraagt "whats it gonna be, you want the tickets for the full tour?".

Ik kijk haar aan en denk bij mezelf 'You talking to me?'.. Ik kom iets dichterbij, tuit mijn lippen en vanuit het diepste van mijn hart zeg ik: 'no!'. En loop zo weg.

In your face bitch.

dinsdag 23 augustus 2016

New York, part 3: Zweten in Central Park


"I din't say park drive, I said through the park.." - John McClane

Een van de eerste wensen die ik opschreef op het lijstje van dingen die ik wilde doen in New York was door Central Park fietsen. Dat wilde ik al heel lang, eigenlijk al vanaf de dag dat ik Die Hard with a Vengeance zag in de bioscoop, zo'n 20 jaar geleden. John McClane deed het weliswaar met een gestolen taxi, ik wil het gewoon op de fiets doen.

Aangezien mijn broertje de dag ervoor al was geweest en mijn neefje niet echt geïnteresseerd was, of zoals hij stelde: "Ik woon heel mijn leven in Amsterdam, ik ben nog nooit, nog NOOIT in het Vondelpark geweest, dus waarom zou ik nu naar Central Park willen?!".. Tja, goed punt. Dus ik was op mezelf aangewezen. Op internet informatie gezocht over fietsverhuur, en vlakbij het park had je een zaak. Ik daarheen met de metro, stukje gelopen, het weer was echt heerlijk, dus dat zat mee, maar eenmaal aangekomen bij de fietszaak wilde ik eigenlijk alweer weg, want een enorme rij. Blijkbaar hadden meer mensen het idee om te gaan fietsen met dit lekkere weer..

Toch maar in de rij gaan staan. Na een tijdje was ik eindelijk aan de beurt. De dame die me hielp was een beetje.. tja hoe zeg je dat, ze had een beetje een on-Amerikaans onvriendelijke uitstraling. Beetje Europees, als je begrijpt wat ik bedoel. Ze had iets weg van Alex Vause van de serie Orange is the New Black. Misschien dat daarom haar hele aura me niet aanstond. En ze bewees mijn vooroordeel ook want toen ik eindelijk aan de beurt was nam ze vlak voor mijn neus de telefoon op, kon ik ook daarop wachten..

Maar goed, ik word uiteindelijk geholpen, ze vraagt hoe lang ik de fiets wil huren. Een uurtje vond ik persoonlijk wel genoeg. Maar daar was mevrouw Vause het niet mee eens. Want, zo vertelde ze me maar al te graag, "je doet er zeker een halfuur over om vanaf hier helemaal naar het einde van het park te fietsen, en weer terug ben je al een uur kwijt, en je wilt natuurlijk ook foto's maken en stoppen, en kijken, en rusten, en eten, en drinken, en je moet wel rustig aan doen, want gehaast fietsen is gevaarlijk dus je hebt zeker wel 3 á 4 uur nodig!". Oftewel of ik even 50 dollar wilde betalen voor een huurfiets.. Ik bedacht me al snel dat ik dat niet ging doen, de duurste fietst die ik ooit in mijn leven gekocht heb kostte niet eens 50 dollar, laat staan dat ik er een ging huren voor die prijs. "An hour will be enough", zei ik zelfverzekerd. "Sure, whatever you want", zegt ze met een lichte blik van onbegrip, om eraan toe te voegen dat ik wel 10 dollar boete krijg als ik niet binnen een uur terug ben.

Na het zetten van mijn handtekening en het inleveren van mijn rijbewijs (je moet een ID achterlaten voor het geval.. je weet wel, nooit meer terugkomt met de fiets..) pak ik de fiets die klaar is gezet voor me door een medewerker die best wel op Mario leek van de Mario Brothers, en ging de weg op. Ik was extra op mijn hoede want realiseerde al snel dat ik te maken had met verkeer dat niet echt rekening hield met fietsers.

De zon scheen, ik had mijn zonnebril opgezet en mijn jas in mijn rugzak gedaan. Nadat ik de drukke 7th Avenue had overgestoken en een stukje verder het nog drukkere 59th street, fietste ik Central Park binnen. Het is een rechthoekig park, met aan de randen de hoge gebouwen. Ik was er een paar dagen eerder ook al geweest, toen hadden we er een stukje gelopen en veel foto's gemaakt, dit keer was ik alleen en voelde niet de behoefte om foto's te maken. De fietsroute zelf is niet echt mooi, het is een breed stuk asfalt, veelal door het midden van het park.. en een heleboel toeristen, echt een heleboel, nog meer dan op de Brooklyn bridge. Hoe weet ik dat ze toeristen zijn? Ze kunnen allemaal niet fietsen. En ze kijken niet naar voren als ze fietsen maar naar boven. Echt een wirwar van fietsers en hardlopers, en niemand die denkt laat ik eens rechts aanhouden.

Het fietsen ging verder heerlijk, het voelde heerlijk. Ik kon vrij om me heen kijken (op de keren na dat ik een gek op een fiets moest ontwijken) en na wat heuvelachtige stukjes op en af kwam ik aan bij het einde van het park in de buurt Harlem. Dat zag ik al aankomen want hoe verder ik het park in fietste hoe lager de broeken gingen hangen bij de mensen om mij heen, if ya know what I mean.. Maar dit was niet eens 10 minuten! 10 minuten. Half hour my ass, dacht ik. Gewoon in 10 minuten van 59th street naar Malcolm X boulevard..  That’s gotta be a fucking record, zou John McClane zeggen.

Op de terugweg wilden ik toch wat meer de tijd nemen om rond te kijken en stoppen. Op de wandelpaden mag je niet met de fiets komen, terwijl dat juist de leukste routes zijn. En aangezien ik geen slot had om mijn fiets achter te laten en te wandelen, zat er niets anders op dan gewoon met fiets en al over de wandelpaden te fietsen. Gezien het aantal borden waarop duidelijk stond dat dat NIET mocht, voelde het wel badass aan. Ik bedoel, het blijft wel gewoon een activiteit op een fiets.. laten we eerlijk zijn in Amsterdam is een fiets cool, maar hier is het gewoon super gay. Maar als je bedenkt dat ik in een omgeving was waar de triggerhappy NYPD het voor het zeggen heeft, dan was dat wel echt super badass wat ik deed. Mensen zijn om minder neergeschoten, dus ja.. Yippie ka yay motherfuckers!

Ik was ook even het park uit gegaan om langs de Upper Eastside te fietsen. En dat deed ik omdat.. tja ik durf het bijna niet te zeggen.. maar dat deed ik omdat ik wilde kijken waar Gossip Girl woont… dat gevoel wat ik eerder had weet je nog, dat badass gevoel? Dat was hierbij helemaal weg..  En al was het een mooie buurt, daar doorheen fietsen had niet veel zin. Je hebt om de 20 meter een stoplicht, en na twee keer door rood te hebben gefietst ben ik toch maar weer richting het park gegaan. Ben nog even bij het John Lennon memorial gestopt - wat verbazingwekkend niet op de plek zit waar hij daadwerkelijk vermoord is – daar was een groepje hippies bezig met een of ander ritueel,  hun leider was aan het praten, en de rest om hem heen was aan het zoemen… echt geen idee wat er aan de hand was, maar ik bleef geïntrigeerd kijken, iets te lang zelfs.

Na even bij de hippies te hebben gestaan fietste ik weer naar het begin van het park. Ik keek op mijn klok en zag dat ik ruim op tijd was. HA! dacht ik, met je 3 á 4 uur! Ruim binnen een uur alles gezien wat ik wilde zien en nog tijd over gehad om naar zoemende hippies te kijken. Ik stap af en loop dat laatste stukje, en in gedachten bedacht ik allerlei dingen die ik wilde zeggen tegen de vriendelijke winkeldame. Dat ik alles heb gezien wat ik wilde zien, dat ik een paar keer ben gestopt, dat ik zelfs nog wat foto's heb genomen en dat allemaal ruim binnen een uur. Trots voelde ik me toen ik bij de zaak aankwam en op mijn klok keek en nog 10 minuten had. Ik loop naar binnen, maar er was iets raars, ik kon het niet helemaal plaatsen.. en ik zag Alex Vause niet, wat ik erg jammer vond. Maar ik zag meer niet, ik zag Mario van de Mario Brothers niet, de rij met fietsen die binnen stond staat nu buiten, en ik kijk verder rond en dan begint het me snel duidelijk te worden, ik sta in de verkeerde winkel...

Maar waar de fuck moet ik dan zijn?? Hoe kan dit? Ik was overtuigd dat dit het was, de naam is hetzelfde dat wist ik zeker.. of wist ik dat wel zeker? De straten lijken ook allemaal op elkaar. Ik begon aan alles te twijfelen. Welke halte ben ik uitgestapt? Welke richting ging ik op? Ben ik wel echt in New York? Is dit een droom? En waarom, WAAROM heb ik in Jezusnaam mijn tijd lopen verdoen bij die fucking hippies?? Ik ga niet liegen, ik begon een beetje in paniek te raken. Niet alleen vanwege die 10 dollar boete die ik zal moeten betalen als ik te laat ben, maar ook omdat ik Alex Vause en haar zelfvoldane rotkop onder ogen moest komen. Terwijl ik aan het bedenken was waar die kutwinkel zit ging steeds hetzelfde zinnetje door mijn kop: 'an hour will be enough'.. 'an hour will be enough'.. ‘an hour...’, ik keek op mijn klok en zag de seconden wegtikken, ik voelde mijn hartslag oplopen. 

Gelukkig kwam ik snel weer bij zinnen en bedacht me dat ik in mijn achterzak een folder van die zaak had gestopt. Dus ik keek erop, wat denk je? Ze hebben gewoon 5 filialen, en dit was er een van. En ook allemaal in de buurt van Central Park. Er zat niks anders op dan alle filialen een voor een af te gaan.. Met de staart tussen de benen vertrok ik richting het eerste filiaal op de folder. Ik had me mentaal al voorbereid op de 10 dollar boete en erger, de walk of shame als ik daar binnenloop en zij mij aankijkt.

Aangekomen bij het eerste adres, met nog 3 minuten te gaan, wat denk je? Wat denk je?? Een last zo zwaar als de Empire State Building viel van mijn schouders af, want daar op 10 meter van me vandaan zag ik door de winkelruit de vrouw staan waar ik de voorbije 10 minuten meer aan gedacht had dan een gemiddelde stalker doet aan zijn slachtoffer. Ik liep naar binnen, de winkel was verder leeg dus kon gelijk geholpen worden. Ze herkende me ook meteen en zegt lachend ‘You made it!’, ik keek haar aan, en in een fractie van een seconde zag ik de zoektocht naar de winkel voor me, ik zag de auto’s die ik moest ontwijken, de rode stoplichten die ik negeerde, de zoemende hippies, ik zag de vlucht naar New York, ik zag mijn jeugd, ik zag mijn hele leven voorbij flitsen in een paar seconde..  Ik keek haar aan, zette mijn beste Amerikaanse fake lach op en knikte ‘Yeah easy’.

Een van de eerste wensen die ik opschreef op het lijstje van dingen die ik wilde doen in New York was door Central Park fietsen. Een lang gekoesterde droom is in vervulling gegaan, ik kan het iedereen van harte aanraden. En qua fietsverhuur, ik heb wel een adresje of vijf voor je.. Ik zou alleen dan wel voor 3 a 4 uur kiezen.

dinsdag 5 april 2016

New York, part 2: Rolexen en Pasta Arrabiata

Zoals het klokje thuis tikt, tikt het soms ook ergens anders.. New York, of zoals het vroeger heette: New Amsterdam, voelde meteen als thuis, als Amsterdam. Ik heb zoveel van de stad gezien nog voor ik ooit een stap heb gezet op Amerikaans bodem. En als je dan eindelijk een stap zet dan herken je zoveel. Als ik naar rechts keek zag ik het gebouw waar King Kong in klom. Als ik de metro pakte richting uptown was ik binnen een paar haltes in het park waar John McClane doorheen reed met een taxi, drie minuten verder staat het hotel waar kleine Kevin in zijn eentje verbleef, 15 minuten van de buurt waar Crocodile Dundee liet zien wat een echt mes is, als ik de metro terug pakte naar downtown was ik binnen tien minuten in de buurt waar Don Corleone een aanbod deed die men niet kon weigeren, en tussendoor stopte ik even bij het cafeetje waar Harry zat en Sally kwam. 

New York is een groot filmmuseum, inclusief de stereotypes. Van de gehaaste blanke zakenmannen, tot de jonge African-Amercans wiens broek nog lager hangt - en miraculeus blijft hangen aan de dijbenen - dan de wannabes in Nederland. Van de stille en zwijgzame Aziaten die een Aziatische krant lezen in de metro, tot de Italianen die meer praten met hun handen dan hun mond. Van de zwerver op de hoek met een bord vol tekst vragend om wat geld, tot de student die er bijna net zo armoedig uitziet als de zwerver. Rijkeluismeisjes die uit dure appartementen stappen en de wachtende auto met privéchauffeur instappen, bedelaars die in de metro een liedje zingen mooier dan de gemiddelde deelnemer van Idols. Het zit er allemaal, ze bestaan echt.

En de mensen op straat hè, dat zijn precies de mensen die je ziet in films en series. Zoveel karikaturen zie je voorbij lopen... Op een van de eerste dagen besloten we Chinatown te bezoeken. Dat ligt in lower Manhattan, een klein stukje lopen vanaf de Word Trade center. We lopen door een straatje en zien allemaal tafeltjes met koopwaar. Mijn broertje ziet wat zonnebrillen bij een van die straatverkopers liggen. Hij begint te kijken, want wilde er graag eentje hebben aangezien hij zijn bril was vergeten mee te nemen uit Nederland. De verkoopster, een wat ouder Chinees vrouwtje met een beetje kromme rug, wijst de mooie brillen aan terwijl ze ook gebaren maakt naar een Chinese man een paar meter verder op de hoek. Mijn broertje vindt al gauw de bril die hij wil hebben. Hij past 'm, staat 'm goed. En wil de bril meteen kopen. Het was ook maar een paar dollar. Maar als hij wil betalen weigert het vrouwtje het geld aan te nemen, ze brabbelt iets en gebaart ons mee te komen naar de man op de hoek. We lopen naar de man, die allerlei papieren in zijn handen heeft, mijn broertje geeft het gepaste bedrag, en voordat de man het geld aanneemt kijkt hij eerst twee keer om zich heen..

Het enige wat ik dacht was, kopen we nou een bril, of is dit een drugsdeal? Waarom zo geheimzinnig allemaal? Mogen ze hier niet verkopen? Doet me denken aan Marokko waar op bepaalde plekken ook niet verkocht mag worden en waar een paar keer per dag een agent langskomt en dan zie je alle straatverkopers hun koopwaar binnen een paar seconden inpakken en rennen als Forrest Gump. Dus misschien is dat het wel. Er kwam een andere man bij staan, ook een Chinees, en die probeerde ons iets te zeggen maar werd tegengehouden door ons mannetje. Het was heel apart allemaal. Als mijn broertje betaald heeft en zijn bril krijgt zeggen we netjes gedag. Maar dan krijgen we meteen de vraag of we ook geïnteresseerd zijn in Rolexen..

Tja, willen we Rolexen? Ik in ieder geval niet, en helemaal niet op deze manier, want als een brilletje van een paar dollar al zo ingewikkeld gaat, hoe moet het dan met Rolexen? We slaan het aanbod dan ook vriendelijk af, lopen weg en voor we het weten worden we achterna gezegen door weer een andere Chinees met de vraag of we toch naar de Rolexen willen kijken. We zeggen dat we niet geïnteresseerd zijn, en steken de weg over, hij loopt ons achterna en blijft vragen. Na nog een paar keer nee te hebben gezegd, besluiten we na de vierde keer toch te stoppen en te luisteren wat hij te zeggen heeft. Hij tovert een blad voor onze ogen met foto's van een heleboel Rolexen, de een kitscheriger dan de andere. Mijn neefje, die normaal gesproken een goede smaak heeft, toont interesse, wijst een Rolex aan en vraagt of hij die mag zien. De Chinees kijkt voor het eerst verheugd, maakt een beweging met zijn hoofd om te zeggen dat we hem moeten volgen, en tegelijk maakt hij een soort gebaar naar de Chinees op de hoek, zo van 'I got him'. We vragen waar naartoe, en hij vertelt dat het verderop is, op een andere locatie..

Andere Locatie?! Ik zie het al helemaal voor me; we volgen hem, we lopen een steegje binnen, worden van achteren besprongen door een paar gespierde leden van de Triads (Chinese Maffia), een lapje met slaapmiddel op ons mond, en dan worden we 3 dagen later wakker ergens onder een brug, beroofd van ons geld en creditcards, met een litteken van navel tot wervelkolom, en in onze zakken alleen nog wat pillen tegen een verlaagde nierfunctie, want die Triads zijn best humaan... Well, no thank you sir. Het zullen wel vooroordelen van me zijn, het zullen vast hele eerlijke mensen zijn, maar heb net teveel films gezien om zomaar mensen te vertrouwen in vreemde buurten, en helemaal mensen die eerst twee keer omkijken voor ze je een prijs geven. Dus dit hebben we vriendelijk, edoch zeer resoluut geweigerd. Terwijl we verder lopen zien we de Chinese straatverkopers met elkaar ruzie maken, blijkbaar vond de een dat de ander beter zijn best had moeten doen om ons wat dollars en nieren af te troggelen.

We steken de weg over en lopen zo Little Italy binnen. Dat grenst aan Chinatown. Vroeger was Little Italy vele malen groter, maar dat is bijna helemaal opgeslokt door Chinatown. Er zijn nog een paar straten van over. We lopen door Mulberry street en ook hier een en al karikaturen. Trotse macho Italianen, die Italiaans praten met elkaar alsof ze in Napoli zijn, zowel verbaal als non-verbaal. Mulberry Street is erg toeristisch, heel veel restaurants. We hadden honger en besloten hier ons middageten te nuttigen. Na wat menu’s te hebben bekeken van buiten besluiten we bij een restaurant naar binnen te lopen. Mooie zaak. Mooi sfeertje ook. We gaan ergens aan de zijkant zitten, op de muur vlak boven ons hangt een grote foto van Robert De Niro als Don Corleone.

We krijgen de menu’s van een vrolijke goedlachse ober, die meteen ook 3 grote glazen water inschenkt. Na 1 slok wisten we meteen dat we dat water niet zouden drinken, want kraanwater. En Amerikaans kraanwater zit vol chloor.. dat is iets wat wij in Nederland toch mooi geregeld hebben, gewoon water uit de kraan dat niet smaakt alsof je een slok neemt uit het zwembad. We vragen of ze ook fleswater hebben, en ja natuurlijk hebben ze dat. Die werd maar al te graag gebracht. Later kwamen we erachter waarom, want een fles water kost 7 dollar..

Als het allemaal te lang duurt met onze bestelling doorgeven komt de alles overziende manager kijken of alles goed is. Het is een wat oudere man, in het zwart gekleed, de handen op de rug, en in zijn ooghoeken houdt hij de hele zaak in de gaten. We zeggen dat alles prima is, ik vraag hem alleen of er misschien ook pasta Arrabiata is aangezien het niet op het menu staat. De manager zegt, zonder zijn ogen van de deur af te houden, met een zwaar Italiaans accent en uiterst coole toon: ‘If you want pasta Arrabiata, we make pasta Arrabiata’. Een man van weinig woorden.

Terwijl we wachten op ons eten komt onze goedlachse ober af en toe een praatje maken. Hoe het ons bevalt in Amerika, waar we vandaan komen, hoe lang we blijven.. als we zeggen dat we uit Amsterdam komen verschijnt er een nog grotere lach op zijn gezicht, en vertelt meteen dat hij een tijdje dichtbij Amsterdam heeft gewoond, namelijk in Munchen.. wij een beetje lachen, hij verder lachen en wat Duitse woorden zeggen. We zeggen dat we geen Duits spreken, hij lachen en nog meer Duitse woorden zeggen…

Na een halfuurtje krijgen we onze bestelling. Ik mijn pasta, mijn neefje en broertje hebben pizza besteld. En zo op het eerste oog zag het er niet slecht uit. Maar als je dan wat beter kijkt dan zie je dat de pizzabodems wel heel erg dun zijn, en de groente wel heel erg grof gesneden. Het zag er heel anders uit dan pizza's die ik gewend ben van Joey Tribbiani, want die zagen er altijd verdomd lekker uit in Friends. En mijn pasta Arrabiata? Dat was meer saus dan pasta. Mijn broertje heeft zijn pizza Margherita wel opgekregen. Ikzelf heb mijn pasta voor de helft gegeten, slecht was het niet, maar heel lekker ook niet echt. En mijn neefje heeft letterlijk 2 happen van zijn pizza kip/groente genomen. Die pizza was absoluut niet te eten, en het zag er ook niet uit, het leek meer op soep dan op pizza, want er lag gewoon een plasje jus op. Toen we de rekening vroegen en de ober zag dat we veel eten hebben laten liggen vroeg hij teleurgesteld wat er aan de hand was. Mijn neefje vertelde eerlijk dat hij het niet lekker vond. Zwaar gekrenkt gaf de ober ons de rekening. Zijn lach was verdwenen..

En zo verlieten we Chinatown en Little Italy. Een absoluut leuke buurt om een keer doorheen gelopen te hebben. Tussen alle hoge gebouwen van het nabijgelegen financiële ditrict, voelt deze buurt een beetje oud-Europees aan. Ik had alleen liever wat meer tijd gehad om rustig aan te doen en de iets minder toeristische straten te bezoeken. Misschien dat we daar wel een restaurant hadden gevonden waar een fles water goedkoper is dan een Rolex. Hoe dan ook, een ervaring rijker, maar ook een (pizza) illusie armer. Gelukkig hebben we de foto's nog, en onze nieren.

woensdag 23 maart 2016

New York, part 1: Oh say can you see..

Altijd kwam het net even niet uit, altijd maar uitstellen. Maar ik wist dat het een keer zou gebeuren. En het is gebeurd. Ik zit nu achter een bureautje voor een groot raam deze blog te schrijven, met de skyline van Manhattan als uitzicht. I'm in New York. 

Of ja, New York.. Eigenlijk New Jersey. Jersey City om precies te zijn. New York ligt aan de andere kant van het water.. Een halte met de metro en je bent in Manhattan. Een halte verwijderd van the city that never sleeps. 

Makkelijk ging het allemaal niet uiteraard. Ten eerste, je moet erheen vliegen, en ik hou niet van vliegen. Dat is ook meteen een van de redenen geweest dat ik niet eerder ben gegaan. 8 uur lang vliegen. 8 uur. Voor ervaren vliegers is dat misschien niet zo heel veel, maar voor mij, iemand die nog nooit langer dan 3 uur heeft gevlogen, is dat best wel heel erg veel. 8 fucking uren in een vliegtuig zitten. Dat is niet leuk. Ik kan me überhaupt niks bedenken wat leuk is 8 uur lang. Ik heb een keer de Back to the Future marathon gekeken in de bios. Dat was maar 6 uur! Na 3 uur was ik al moe, en na 4 uur had ik het helemaal gehad en ik HOUD van die films! Dus hoe ga ik 8 uur vliegen? Dat is een heel werkdag! Alleen voor mij is dat een werkdag alsof ik in een slangenkuil werk. (FYI, het enige wat ik enger vind dan vliegen, zijn slangen)

Op het vliegveld aangekomen, gaat alles in principe goed. We zijn precies op tijd, geen vertraging, geen gezeik met inchecken. Bij de gate worden we wel eruit gepikt voor een 'random' controle. Maar dat was ingecalculeerd. Aan het uiterlijk van de mensen die eruit gepikt werden zag ik dat het niet zo heel random was allemaal, maar ja, wat kan je doen? Je staat toch machteloos. Na deze controle mochten we het vliegtuig in. Ik nam plaats. 

Toen we eenmaal in de lucht waren, zette ik mijn schermpje aan. Wat een luxe, keuze uit zoveel films en series. Voor het eerst maak ik mee dat ik een film kan kijken in het vliegtuig. In de vliegtuigen waar ik voorheen heb gezeten, vluchten naar Marokko en Spanje, was er geen scherm. Ik was al blij dat het vliegtuig vleugels had eerlijk gezegd. Maar dit, dit is een heel nieuwe ervaring. This could be fun! Nou, na een halfuur scrollen en swipen en zoeken en verbaasd zijn over hoeveel recente films en series erop staan, wat denk je dat ik kies om te kijken? Juist. Ali B op volle toeren. 

Na wat films half gekeken te hebben, deed ik mijn scherm uit en ging ik muziek luisteren. Na een lange vlucht, die verbazingwekkend een uur korter duurde dan gepland, landden we op JFK Airport te New York. Ik ben officieel in Amerika! Hoe vermoeiend de vlucht ook was, ik zat vol energie. 

Er stond een enorme rij bij de paspoortcontrole. Maar echt enorm! We hebben bijna een uur gewacht. Het enige voordeel was dat er af en toe een gratis WiFi signaal was. Toen we eindelijk aan de beurt waren, kwamen we bij de meest ongeïnteresseerde douanier ooit. En dit zeg ik als iemand die ervaring heeft met Marokkaanse douaniers! De man zat gewoon te slapen met z'n ogen open. Met moeite kwamen er een paar vragen uit, wij netjes antwoorden, hij stempelen, en in plaats van de paspoorten terug te geven vroeg hij ons mee te lopen.... The fuck, dacht ik. Weer een random controle? 

Hij bracht ons naar een kantoortje. Het was een wandeling van zo'n 20 seconden. Precies genoeg tijd om te denken aan dingen als kruisverhoor, waterboarding, Guantánamo bay.. Hij zette onze paspoorten in een mapje, gaf het aan een van de agenten en vroeg ons plaats te nemen tot we geroepen worden. Ik keek om me heen. Wederom heel random, dacht ik. Na een klein halfuurtje werden we geroepen, we moesten alle drie mee om wat vragen te beantwoorden. Of we vaker in Amerika zijn geweest, welke niet westerse landen we de afgelopen 5 jaar hebben bezocht, of we meerdere paspoorten hebben, welk adres we verblijven, en meer van dat soort vragen.. In alle eerlijkheid, dit ging heel makkelijk en relaxed. De agent tegenover ons was bijzonder vriendelijk, stelde ons op ons gemak, lachte met ons. Hij deed gewoon z'n werk, zonder een eikel te zijn. We hebben zelfs even gepraat over voetbal, over het WK, dat hij het jammer vond dat Nederland niet won, dat Robben een duik heeft genomen tegen Mexico, hij wist het allemaal.. Een absoluut vriendelijke man, ik kan er niks anders van maken. Na een kwartier van praten wenste hij ons een prettig verblijf in Amerika. We konden gaan.

Het Amerika gevoel is er nog niet echt. En zeker als we de weg op gaan. We zitten in een taxi met een Afrikaanse chauffeur, die slechter engels spreekt dan Louis van Gaal. De wegen zijn bizar slecht. En dit zeg ik als iemand die ervaring heeft met rijden over Belgische wegen. Echt bizar slecht. Het lijkt dan ook een en al ghetto waar we doorheen rijden. De Amerikaanse auto's zijn groot en sterk, dat moet ook wel want anders zouden ze op deze wegen, waar kraters in zitten groter dan de Grand Canyon, uit elkaar vallen in duizend stukjes. We hadden de pech dat we precies tijdens het spitsuur in de taxi zaten. Maar deze chauffeur mag dan wel niet zo goed zijn in Engels, met rijden was hij uitstekend. Hij wist overal de auto tussen te wurmen zodat we nergens langer dan nodig hoefden te wachten. We gaven hem dan ook een goeie tip. Hij zet ons af bij de WTC. We moeten daar de metro pakken naar Jersey City, maar ondanks de regen, die precies begon toen we de taxi uitstapten, kunnen we het niet laten om even een hoekje om te gaan. Even kijken. En BAM, voor ons staat meteen het hoogste gebouw van heel Amerika: De One Trade Center. Alleen door omhoog te kijken werd ik al duizelig. Het Amerika gevoel kickte eindelijk in.. 

Altijd kwam het net even niet uit, altijd maar uitstellen.. it's been a long time coming.. But i made it. The concrete jungle where dreams are made of, where there's nothing you can't do, where the streets make you feel brand new, and big lights inspire you. I'm in New York! Let's hear it for New York.