Het is vrijdag laat in de middag en het is werkelijk waar ongelooflijk; het is stil. Even rust, even relaxen. We zitten midden in een storm, een tornado en op dit moment zit ik in het oog, het is weekend en de stilte is oorverdovend. Geen telefoontjes, geen mailtjes, geen deadlines en geen geklaag. Na weken van drukte op het werk, waarin werkdagen soms een half etmaal lang duurden en de pauzes slechts vage herinneringen waren uit lang vervlogen tijden, lijkt de rust nu wedergekeerd. Ik zit in de auto en ik rij naar huis, naar mijn dochter.
Afgelopen woensdag was mijn dochtertje jarig. Dat was de enige dag in de week dat ik niet overwerkte. Die ochtend hadden we haar al een cadeau gegeven, een barbie ledikantje, en daar was ze blij mee. Hoewel ze wel raar opkeek toen we samen naar beneden liepen. De huiskamer was volledig versierd met slingers en ballonnen, maar het duurde even voor ze doorhad dat het nu echt zover was. Ze keek al weken uit naar haar verjaardag en elke dag vroeg ze of ze al jarig was, wij antwoordden dan dat ze ‘bijna’ jarig was. Nu zei ik “gefeliciteerd, je bent jarig!”
“Nee”, zei ze, “ik ben bijna jarig”
Ik heb haar de afgelopen weken niet veel gezien. Als ik haar rond zeven uur ophaalde bij mijn zus dan was ze moe en hadden we alleen even tijd in de auto samen. Ze vertelt me dan enthousiast over haar dag, dat ze goed gegeten heeft, dat ze geen ruzie heeft gemaakt met haar nichtje en dat juf Desirée ziek thuis zit. Thuis aangekomen wil ze maar een ding; ze wil bij haar papa zijn.
Ze wil klimmen op mijn rug, ze wil met me dansen, ze wil met me zingen, ze wil van alles, als het maar met papa is. We spelen even samen, maar lang niet genoeg voor haar, ze wil meer en meer. Maar papa moet haar tegen zijn en haar zin naar bed brengen. Morgen weer school dus ze kan niet laat opblijven. Ik breng haar teleurgesteld naar bed, soms huilt ze, soms is ze creatief en verzint ze van alles om naar bed gaan uit te stellen. En zelfs als ze in bed ligt roept ze een paar keer, dan heeft ze weer dorst, dan moet ze naar de wc, maakt niet uit wat. Als ik dan voor de zevende keer naar haar kamer loop om te vragen wat ze nu weer wil, lacht ze triomfantelijk.
Het maakt me trots en tegelijkertijd verdrietig wetende dat het mooiste cadeau dat ik mijn dochtertje voor haar verjaardag gaf niet het ledikantje was, maar dat ik haar vertelde dat ik de rest van de dag niet meer hoefde te werken.
Terug in de auto. Nu rij ik naar mijn werk. Het is maandagochtend, het weekend zit erop. Vannacht ben ik weer vroeg opgestaan, met mijn ogen dicht gegeten en gedronken en tussen mijn wimpers door de klok in de gaten gehouden. Toen kwam de zon op, en toen wist ik het zeker: de rust is over. Het antwoordapparaat moet zo aan en de telefoon zal non-stop rinkelen, Outlook moet geopend worden en de mailtjes zullen elkaar verdringen om mijn aandacht en de deadline komt met de meter dichterbij, de emoties lopen op, de storm gaat weer razen
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten