Oké, geen excuses, geen gezwets. Ik kom er gewoon voor uit: Ik kijk nooit meer naar enge films.
En dat is voor een mannelijke filmliefhebber, waar ik mezelf onder reken, hetzelfde als voor een homo om uit de kast te komen.
Vroeger keek ik ze graag en vaak. Naar mijn mening zijn enge films het leukst als je ze kijkt met mensen die niet van enge films houden. Geweldig vond ik het, hoe banger ze zijn hoe beter. Je voelt als het ware de spanning aanwezig in je huiskamer alsof het een buiten-de-film-getreden karakter is, die in je huiskamer zit en nog lang nadat de film is afgelopen in ons midden blijft.
Van die mensen die zeggen: ‘kom, laten we gezellig een horrorfilm kijken’ heb je niks aan. Is niet leuk en niet gezellig. De beste horror films zijn de films die je gezien hebt met iemand die je echt hebt moeten overhalen. Je kijkt ook geen comedy met iemand die depressief is, het leukst is als je kijkt met iemand die makkelijk lacht. Dat werkt aanstekelijk
Een van de ‘leukste’ enge films die ik gezien heb is ‘Scream’. Deze film heb ik meerdere malen gezien. De eerste keer in de bios was erg leuk, de tweede keer thuis met mijn broertje en zusje was ook leuk, maar de aller-leukste keer was toen mijn neefjes kwamen logeren.
Het was schoolvakantie en ze wilden laat opblijven. Ze bleven een hele week logeren en elke dag zaten ze te zeiken dat ze laat wilden opblijven. “Want thuis mogen we in de vakantie ook altijd laat opblijven”. Elke dag weer dat gezeur. En voor de goede orde; het waren 3 jongens van 7, 9 en 11 jaar oud.
Een van de laatste dagen kregen ze gehoor, ze mochten laat opblijven en ze wilden een ‘vette’ film zien. Ik had daar niet zo’n trek in omdat films kijken met kinderen strontvervelend is. Ze zitten almaar te klieren en te praten en bewegen en vragen stellen, waarom dit en waarom dat. Dus in eerste instantie weigerde ik. Maar ze bleven zeuren, sterker nog, ze eisten dat we een film gingen kijken. Prima, dacht ik, ze kunnen een ‘vette’ film krijgen. Ik stelde dus ‘Scream’ voor.
Vanaf het moment dat de film begint, met dat huis in het donker, waar een meisje alleen is en wat popcorn klaarmaakt, als vervolgens de telefoon overgaat...
De angst in de ogen van mijn neefjes bij die beroemde openingsscène was onbetaalbaar. Ze waren stil, echt stil. En ze hebben de hele film geen kik gegeven.
Inmiddels ben ik volwassen, heb ik een dochter en denk ik anders over zulke dingen. Ik had die film nooit aan die kinderen moeten laten zien. Maar het leven vindt altijd wel een manier om je terug te pakken. En zo gebeurde het jaren later dat ik de schrik van mijn leven kreeg. 11 jaar later om precies te zijn.
Stel je voor; het is nacht, donker en doodstil, ik lig te slapen naast mijn vrouw, het is een uur of twee, drie en dan word ik wakker door de stem van mijn dochtertje van bijna 3. Ik hoor haar via de babyfoon. Ze praat.
Mijn vrouw hoorde haar ook en melde mij met een geruststellende zekerheid dat onze kleine aan het dromen is. Ik geloofde haar meteen, maar toch kon ik mijn ogen niet sluiten. Ik ben een vaste slaper en hoor haar bijna nooit, mijn vrouw wordt normaal altijd wakker. Maar nu had ik haar gehoord, en ik was klaarwakker. Na een korte stilte hoorde ik haar weer praten, het leek wel alsof ze een gesprek aan het voeren was, ik probeerde het te volgen, maar het waren allemaal flarden van zinnen en hoe ik ook mijn best deed om het te begrijpen, er was geen touw aan vast te knopen.
En toen ineens hoorde ik mijn dochtertje schreeuwen. Heel hard: Neeeeeeeeeeee. Papaaaaaaaaaaaa!!
Ik sprong als een gek uit bed en kwam, met een snelheid die misschien alleen door Usian Bolt geëvenaard kan worden, bij het bed van mijn dochtertje. “Ik ben hier, lieverd” en aaide haar over haar hoofd. Het enige wat ze zei was: “Nee. Nee. Nee. Nee. Nee.” Ik probeerde haar te kalmeren en nam haar in mijn armen. “Ik ben bang” zei ze. “Rustig maar, rustig maar, ik ben hier, lieverd, ik ben hier bij je, je hoeft niet bang te zijn”
Ze werd stil en ik legde haar weer in bed. Ze had haar ogen half open en ik vroeg haar of ze gedroomd had. “Nee”, zei ze. Ik vroeg haar met wie ze dan zat te praten en ze zei; “met een mevrouw”
Mijn hart deed: bonk....bonk....bonk
“Welke mevrouw?” vroeg ik bijna trillend.
“Met een stoute mevrouw” zei ze
“Heb je gedroomd over een stoute mevrouw?”
“Nee… stoute mevrouw is hier!”
Bonk.bonk.bonk.bonk.bonk.
“Hier?”, vroeg ik zo voorzichtig mogelijk, “is ze hier nog steeds?”
“Nee, ze is weg”
Gelukkig, dacht ik bij mezelf. “Nou ga maar weer slapen”
Ik zette haar kussen recht, trok haar dekbed omhoog en dan roept ze ineens: “daaaar, ik zie daar die mevrouw. Die stoute mevrouw, ga weg!”
BONK!!BONK!!BONK!!
Ik stond aan de grond genageld, verstijfd van angst, en in een fractie van een seconde gingen de meest enge dingen door mijn hoofd. Ik dacht aan films als ‘Child’s Play’, 'The Others' en vooral aan ‘The Sixth Sense’. Films waar kleine kinderen ‘dingen’ zien en niet geloofd worden door volwassenen. Bij ‘The Sixth Sense’ kon het jongetje dooie mensen zien en zelfs zijn moeder geloofde hem niet.
Ik stond met mijn rug naar de richting waarnaar mijn dochtertje wees en ik begon me met een gestokte ademhaling langzaam om te draaien. Tijdens het draaien woedde er een tweestrijd in mij. Ik wilde zien waar mijn dochter naar wees, maar eigenlijk wilde ik niet zien wat zij zag.
Toen ik helemaal omgedraaid was zag ik helemaal niets vreemds. Niets. Haar kast stond daar. “Er-er is daar he-he-helemaal niks, lieverd”
“Ja, ze is weg” zegt mijn dochter en draait zich om, om te gaan slapen.
Ha ha… ‘ze is weg’, dacht ik, terwijl ik met knikkende knieën naar mijn slaapkamer terugliep.
De volgende dag vertelde ik het aan mijn vrouw, zei reageerde: “Ach, ze heeft gewoon gedroomd!” Ik vertelde het aan mijn moeder en die reageerde: “Ze is klein, ze weet op dat moment niet het verschil tussen een droom en werkelijkheid en haalt ze door elkaar.”
Toch bleef ik ongerust en vertelde het aan mijn zus: “Ze zat te dromen, sukkel!”
Mijn schoonzus: “Doe niet zo dom, loser!”
Mijn jongere broertje: “Mietje”
Mijn neefje: “Hahahahah… i see dead people… oooeeehhh!!”
Dus, ik was weer het lachertje van de familie, en toch zat het me niet lekker. Ten slotte vroeg ik het mijn vrouw nog een keer (verkeerd moment, ik weet het, ze keek haar serie): ze reageerde zo: “What the fuck!! Zit nou niet zo te zei-ken, het is heel norma-haaaal! Eergisteren was het een vogel, daarvoor was het een vliegtuig en gisteren een mevrouw, nou misschien vannacht de paashaas of een wandelende tak of weet ik veel wat. Laat het rusten, het was niets!" en terwijl ze wegliep voegde ze een: "Sjonge jonge, wat een homo!" er aan toe.
"Hé, dat heb ik gehoord" zei ik.
"Ja, ik zei het ook hard!"
Nou, dus.
(Het zit me nog steeds niet lekker, maar ik hou maar mijn mond.)
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten