Op een dag, ver van deze tijd, in een omgeving onbekend, lig ik eenzaam op een bed. Geen flauw benul van wat er om me heen speelt of waar ik me bevind. Ik lig lekker en ik voel een zoete slaap mijn lichaam langzaam verdoven. Dan komt er een mevrouw in het wit de kamer binnen. Ze heeft iets in haar hand en legt het op mijn tafeltje. “Zal ik u eerst even voorlezen?”
“Ja, is goed.” mompelde ik, en versuft ging ik ervoor liggen.
“Zal ik u het verhaal van het magische vogeltje voorlezen?”
“Dat verhaal ken ik nog niet,” zei ik, “doe maar, lijkt me leuk”
Ze begon te lezen uit een oud en verkreukeld schriftje dat op mijn tafeltje lag: “Er was eens een vogeltje, een heel speciaal vogeltje, dat van een plek hier ver vandaan kwam. Het vogeltje bezat magische krachten en iedereen die met het vogeltje in contact kwam wist het zeker; hun leven zal nooit meer hetzelfde zijn...”
Terwijl de mevrouw in het wit aan het lezen was nam de slaap me steeds meer in zijn macht. En voor ik het wist was ik weg.
Ik droomde over dat vogeltje, dat magische vogeltje, dat van een plek hier ver vandaan kwam en langzaam mijn wereld in vloog. Het vogeltje landde vlak naast mijn bed en bleef een tijdlang roerloos naar mij kijken. Ik wist niet wat ik ermee aanmoest, ik werd bang. Maar het vogeltje stelde me gerust door een melodietje te tjirpen, zo mooi, dat het niet anders dan uit de hemel leek te komen. Ik werd geraakt en een traan gleed langs mijn wang op mijn kussen. De vogel stapte naar voren en fluisterde zachtjes in mijn oor: “luister. Laat me je God zijn. Laat me je meevoeren op een reis die je verbeelding overtreft. Laat me je een verhaal vertellen.”
Het vogeltje vertelde me het verhaal van een jongen die op zijn 19de bij een boekenimporteur ging werken. Een stille, verlegen jongen met nog weinig levenservaring. De jongen zou daar 14 jaar werken voordat het bedrijf failliet zou gaan. En die 14 jaar, dat was een leven op zich. Zijn collega’s, dat was zijn tweede familie, het pand zijn tweede huis. Ze lachten, ze ruzieden, ze luisterden naar dezelfde liedjes, dronken uit dezelfde kraan, ze hadden daar op de werkvloer een relatie opgebouwd die hecht was. En toen het bedrijf failliet ging kwam daar ruw een eind aan.
Voor die jongen was het alsof hij 18 was geworden, volwassen, en het huis uit ging. Voor hem begon nu het echte leven en alles wat hij meemaakte hoorde bij het proces van ouder worden en zelfstandigheid. De angst, de twijfel, de intense vreugde als hij iets op eigen benen voor elkaar krijgt, het hoort er allemaal bij. Vroeger ging hij rechtsaf de Haarlemmerweg op, met de zon in zijn gezicht, nu linksaf, vroeger at hij op zijn werk wanneer hij wilde, droeg hij wat hij wilde, nu heeft hij met regeltjes te maken die hem representatief en georganiseerd moeten doen overkomen.
Maar soms zit hij thuis, even alleen, even in gedachten verdwaald en ziet hij zijn oude werkplek. Hij denkt aan mensen die hij niet meer ziet, aan tijden die nooit meer terug zullen keren, hij denkt aan zijn collega's met wie hij zolang heeft gewerkt en hij kan het niet helpen zich af te vragen hoe het toch met ze is. Want hij mist ze, hij mist zichzelf tussen hen, hij mist die tijd, die omgeving, die vanzelfsprekendheid.
Want in dat nieuwe wereldje waarin hij nu zit is alles anders, het voelt raar en hij doet zijn best om erbij te horen, en ook al gaat het goed, ook al voelt hij zich steeds meer thuis, het liefst zou hij terug willen naar die tijd van voor het faillissement. Het liefst gaat hij gewoon weer rechtsaf de Haarlemmerweg op, rechtsaf de opgaande zon tegemoet.
Het enige wat hij nog heeft zijn die herinneringen, daar kan hij zich helemaal in verliezen, maar met de tijd vervagen ze. Soms vraag hij zich af hoe hij over veertig jaar de tijd die hij bij die boekenimporteur heeft doorgebracht zal herinneren. Zal hij nog met weemoed terugdenken? Zal hij de gezichten van zijn collega’s nog voor de geest kunnen halen, hun stem, hun mimiek, hun lach. Zal hij ze überhaupt nog herinneren?
Maar het gaat sneller dan hij denkt. In het begin had hij nog regelmatig contact met ze, toen werd het wat minder en uiteindelijk helemaal niet. Want ook contact verwatert. En als het contact er niet meer is dan is het echt afgelopen. Over en uit, definitief verdwenen uit zijn wereld, uit zijn realiteit. Alsof ze karakters waren uit een boek dat hij neerlegt, of in een film speelden die net afgelopen is. Hij klapt het boek dicht, zet de film uit en weg zijn ze, alsof ze nooit echt hebben bestaan.
Het vogeltje stopte met vertellen. Het was zo intens, zo tastbaar... en zo bekend. De vogel zei dat het geen verhaal was maar mijn leven. Een leven waar ik me zelf weinig van kon herinneren, maar volgens de vogel echt heeft bestaan.
Ik werd wakker. Ik lag in bed, witte gordijnen om me heen. De mevrouw in het wit gaf me een glas water en een handvol medicijnen. Ik stond op uit mijn bed en liep naar de spiegel. Ik zag er moe uit. Oud en uitgeblust. Ik keek mezelf recht in de ogen, voorbij de rimpels, voorbij de grijze haren en ineens zag ik het weer, ik was zeker veertig jaar jonger, met mensen om me heen die ik zowaar herkende, maar bovenal, ik herkende mezelf weer; die stille, verlegen jongen van weleer. Ik zag Dicky, Franny, René, Marc, André, Jaap, Otto, Yadira, Bart en Bert. Ik stond tussen hen, als een van hen, we zeiden niks, we stonden daar alleen, en voor even ging er een zucht van verlichting door me heen, voor heel even.
Even later kwam de mevrouw in het wit naar me toe. “Kunt u iets herinneren?” vroeg ze met oprechte belangstelling. Ik gaf geen antwoord. Ze vroeg het nog een keer, ik antwoordde niet. Ze begeleide me terug naar mijn bed. Geen idee hoelang ik daar voor de spiegel heb gestaan. Ze omhelsde me stevig en vroeg of ze nog een verhaal moest voorlezen.
“Ja, is goed.” mompelde ik.
“Zal ik u het verhaal van het magische vogeltje voorlezen, papa?”
“Dat verhaal ken ik nog niet,” zei ik.
Met een traan in haar oog begon ze te lezen: “Er was eens een vogeltje, een heel speciaal vogeltje, dat van een plek hier ver vandaan kwam...”
(Goodbye, Roodveldt, it has been an honer! A.M.)
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Hoi Abbie,
BeantwoordenVerwijderenMooi Man prachtig kort verhaal.
Ik mail je snel met mijn story.
Gr
Andre
Beste spoorman,
BeantwoordenVerwijderenIk ben blij dat je je pen weer ter hand hebt genomen! Pen?
Groetjes, Bert.
Weer een super mooi geschreven verhaal van je. Ik lees het echt met plezier......nooit aan gedacht om things naar een next level te brengen? Dan kan ik tenminste zeggen dat ik je ken haha.
BeantwoordenVerwijderenMaar goed om te lezen dat je langzaam je draai begint te vinden, veranderingen horen er allemaal bij. Ik heb nog steeds geen vaste baan heb wel nog een klus gedaan bij stadstoezicht en hopelijk ga ik binnenkort ook in Haarlem werken als recruiter insha allah! Maandag heb ik een 2e gesprek dus we shall see.......
Mocht het doorgaan dat ik in Haarlem kom te werken kunnen we misschien een bakkie doen?!
Ik laat je weten hoe het volgende week zal gaan!
Groetjes Suzan